De plank tekenen

OpmerkingLeerdoelen

Na deze les kan je:

  • uitleggen wat een bovenaanzicht is
  • een tekening natekenen op ware grootte
  • de maten op een tekening aflezen, en zeggen wat Ø betekent
  • aanwijzen welke lijnen op een tekening je wel en niet natekent
  • uitleggen wat een hartlijn is, en er zelf een tekenen

1 Waarom je eerst tekent

Met dit blad teken je volgende les je eigen plank af en boor je de gaten. Staat een gat hier 3 mm verkeerd, dan staat het straks ook 3 mm verkeerd in het hout. En hout kan je niet uitgommen.

2 Een bovenaanzicht

Je kijkt recht van boven op de plank en je tekent wat je ziet. Dat heet een bovenaanzicht. De dikte van de plank zie je zo niet.

Links een plank in perspectief met twee gaten in het bovenvlak en een pijl die er recht van boven op wijst, rechts dezelfde plank als een platte rechthoek met de twee gaten

Dezelfde plank, links zoals ze op tafel ligt, rechts van boven gezien

3 Op ware grootte

Je tekent op ware grootte. Eén millimeter op je blad is één millimeter op de plank. Je hoeft dus niets om te rekenen, je moet alleen goed meten.

De plank is 248 mm lang en 150 mm breed. Dat past op een blad A4 als je het liggend legt.

4 Dit is wat je natekent

Bovenaanzicht van de plank van 248 op 150 millimeter, met twee streep-punt-lijnen door het midden, twee gaatjes van 1,5 mm op 20 mm van links en van rechts, een gat van 6 mm op 18 mm van de achterkant, een gaatje van 1,5 mm op 20 mm van de voorkant, en achteraan twee latjes van 150 bij 12 mm met 12 mm ertussen

De plank van boven gezien, met de vier gaten, de twee latjes en alle maten

Op jouw blad komen vier dingen: de rechthoek van de plank, de vier gaten, de twee latjes en de twee hartlijnen. Een hartlijn is een streep-punt-lijn door het midden van de plank. Alle vier de gaten liggen op een hartlijn.

De dunne lijntjes met pijltjes en de getallen teken je niet na. Die dienen alleen om de maten af te lezen.

De twee latjes achteraan liggen bovenop de plank. Het zijn geen gaten. Tussen de latjes komt straks je plaat rechtop te staan. Daarom is er 12 mm ruimte tussen. Het grote gat ligt in die ruimte.

De getallen staan in millimeter. 248 is dus 248 mm, bijna 25 cm.

Het teken Ø geeft aan hoe breed een gat is. Ø6 is een gat van 6 mm breed, van de ene kant van het gat tot de andere.

5 Zo teken je ze na

  1. Leg je blad liggend.

  2. Zet een licht puntje op 148,5 mm van de linkerrand en 105 mm van de bovenrand. Dat is het midden van je blad.

  3. Zet een streepje op 124 mm links en op 124 mm rechts van het puntje.

  4. Zet een streepje op 75 mm boven en op 75 mm onder het puntje.

  5. Teken de rechthoek door die vier streepjes: 248 op 150.

  6. Teken door het puntje in het midden een liggende en een staande streep-punt-lijn over de hele rechthoek. Dat zijn de twee hartlijnen. Deze teken je fijn.

  7. Zet voor elk gat een puntje. Meet vanaf de rand van de rechthoek, langs de hartlijn. De maten staan precies op de tekening.

  8. Teken de twee latjes achteraan. Ze beginnen op 49 mm van links en zijn 150 mm lang. Elk latje is 12 mm breed, met 12 mm ertussen. Het eerste latje ligt tegen de achterkant.

  9. Trek de rechthoek, de latjes en de gaten steviger over. De hartlijnen blijven dun. Gom alle streepjes uit, ook het puntje in het midden.

  10. Zet je naam en klas rechtsonder.

6 Zo ziet je blad eruit als het af is

Een liggend A4 met daarop de plank van boven gezien: de omtrek, twee latjes achteraan, twee hartlijnen door het midden, vier gaten die op die hartlijnen liggen, en rechtsonder de naam en de klas. Geen maten en geen maatlijnen

Het afgewerkte blad: de omtrek, de twee hartlijnen, de vier gaten, de twee latjes en je naam
BelangrijkKlaar?

Leg je papier op de bureau van de leerkracht.