De plank en de voetjes

OpmerkingLeerdoelen

Na deze les kan je:

  • blokjes op maat zagen
  • twee blokjes op elkaar lijmen tot een voetje
  • het midden van een gat aftekenen op de plank
  • een gat boren met de juiste boor
  • voetjes en latjes op de juiste plaats op de plank lijmen

Vandaag zaag je de blokjes voor de voetjes en boor je de gaten in de plank. De leerkracht zegt met welk van de twee je begint. Op het einde van de les lijm je alles in één keer, per twee.

1 De blokjes zagen

Een voetje bestaat uit twee blokjes van 20 mm op elkaar.

Links een blokje van 20 mm lang, 20 mm breed en 12 mm dik. Rechts een voetje van twee van die blokjes op elkaar gelijmd, samen 24 mm hoog

Links een blokje, rechts een voetje van twee blokjes op elkaar

Zaag acht blokjes van 20 mm, vier uit elk balkje. Zet voor elk blokje een potloodstreep.

WaarschuwingOpgelet

Bij het zagen verlies je altijd een klein beetje hout. Reken ongeveer 2 mm per zaagsnede.

Kies een van deze twee manieren:

  • Zet een streep op 20 mm van het uiteinde en zaag. Zet daarna de volgende streep op 20 mm van het nieuwe uiteinde, en zo verder.

    Drie keer hetzelfde balkje van boven gezien. Eerst met een streep op 20 mm van het uiteinde. Dan gezaagd, met een grijze zaagsnede van ongeveer 2 mm. Dan met een nieuwe streep op 20 mm van het nieuwe uiteinde

    Streep, zagen, nieuwe streep
  • Zet alle strepen in één keer, op 20, 22, 42, 44, 64, 66 en 86 mm. Zaag telkens tussen twee strepen die 2 mm uit elkaar liggen, en de laatste keer op 86 mm.

    Een balkje van boven gezien met strepen op 20, 22, 42, 44, 64, 66 en 86 mm. Tussen 20 en 22, 42 en 44, 64 en 66, en net na 86 is een grijze zaagsnede getekend

    Alle strepen in één keer

2 De plank aftekenen

Zet de vier gaten en de twee latjes van je tekening op de plank. De maten staan op je tekening. Teken geen hartlijnen.

Bovenaanzicht van de plank van 248 op 150 millimeter, met twee streep-punt-lijnen door het midden, twee gaatjes van 1,5 mm op 20 mm van links en van rechts, een gat van 6 mm op 18 mm van de achterkant, een gaatje van 1,5 mm op 20 mm van de voorkant, en achteraan twee latjes van 150 bij 12 mm met 12 mm ertussen

De plank van boven gezien, met de vier gaten, de twee latjes en alle maten
  1. Kies een bovenkant en een achterkant.

  2. Zet voor elk gat een streepje in het midden van de rand die het dichtst bij ligt. Meet van daar recht naar binnen en zet een kruisje.

  3. Teken waar de twee latjes komen.

3 De gaten boren

BelangrijkBelangrijk

Toon je potloodlijnen aan de leerkracht voor je boort.

  1. Boor de drie kleine gaatjes met de boor van Ø1,5.

  2. Boor het gat achteraan met de boor van Ø6.

4 Alles lijmen

Lijm pas als je blokjes gezaagd zijn en je gaten geboord. Werk per twee en help elkaar.

Onderaanzicht van de plank van 248 op 150 mm met in elke hoek een voetje van 20 op 20 mm, gelijk met de rand

De plank van onder gezien, met de vier voetjes in de hoeken
  1. Lijm de blokjes twee aan twee op elkaar tot vier voetjes, met de randen gelijk.

  2. Lijm een voetje in elke hoek onder de plank, gelijk met de randen.

  3. Lijm de twee latjes rechtop op je lijnen. Houd de gleuf ertussen vrij van lijm.

  4. Leg er wat gewicht op en laat 10 minuten drogen.

BelangrijkKlaar?

Toon je plank aan de leerkracht.